Meet Erik. Hij is docent en geeft les op de Hogeschool Utrecht. In dit artikel vertelt hij hoe hij samen met Brandstof studenten voorbereidt op de rap veranderende arbeidsmarkt. Erik ziet hoe studenten struggelen met het ontdekken van welke functie en welk werk er bij hen past. “Studenten hebben behoefte aan verdieping in de arbeidsmarkt.”

Erik wil zijn studenten eerder en op een laagdrempelige manier betrekken bij het bedrijfsleven. Het kan volgens hem studenten meer betekenis geven aan wat ze leren en ze doen beseffen waarom een vak ertoe doet. “Op de hogeschool bereiden we studenten voor op ‘het werkende leven’, maar dat kunnen we niet alleen.” Daarom werken de Hogeschool Utrecht en Brandstof samen om studenten een betere aansluiting op de arbeidsmarkt te geven.

BRANDSTOF X HOGESCHOOL UTRECHT

Een goede match, vindt Erik. “Brandstof deelt hun kennis met docenten en studenten. Zij geven bijvoorbeeld sollicitatietrainingen en lessen over loopbaanoriëntatie. Ook helpen en begeleiden zij studenten bij het maken van een cv.” Kortom, deze workshops en seminars gaan over zaken die je niet leert op school, maar wel nodig hebt om snel stappen te kunnen maken. “Deze hulp kunnen onze studenten heel goed gebruiken.”

Op de arbeidsmarkt lijkt een stille revolutie gaande. We zijn op weg naar een ‘skills driven economy’. Niet alleen diploma’s, maar ook vaardigheden zetten de toon. Digitale skills en soft skills zijn belangrijker dan ooit. Erik duidt de impact van digitalisering op de arbeidsmarkt. “Als gevolg van automatisering en digitalisering verdwijnen veel contactmomenten over administratieve onderwerpen tussen bijvoorbeeld een klant en adviseur. Er ontstaat meer ruimte om tijd en aandacht te besteden aan een échte connectie. Soft skills, de sociale en interpersoonlijke vaardigheden, worden daarom steeds belangrijker.”

STUDIE + BIJBAAN

De ideale manier om sociale skills te ontwikkelen, is natuurlijk door een bijbaan te nemen. Studenten kloppen niet standaard meer aan bij de dichtstbijzijnde kroeg of supermarkt, maar gaan op zoek naar een bijbaan die aansluit bij hun studie. Zo combineren steeds meer studenten een bijbaan bij grote banken en verzekeraars met hun studie. Met zo’n studiegerelateerde bijbaan leren ze hoe het er op de werkvloer aan toegaat. Ze doen relevante werkervaring op en zetten hun talenten in, of dat richting nu e-commerce, beleggen of adviseren is.

In Brandstof ziet Erik een werkgever die meegaat met studenten die willen investeren in de toekomst. “Brandstof is flexibel en hecht waarde aan professionele en persoonlijke ontwikkeling. Daar matchen Brandstof en de hogeschool. We helpen studenten op een laagdrempelige manier naar de arbeidsmarkt, waarnaast ze kunnen blijven leren.” Met een relevante bijbaan bij Brandstof mixen studenten werkervaring en inhoudelijke kennis met een flinke dosis fun. Dat betekent dus lekker bijverdienen, gratis wft-diploma’s halen en events bijwonen.

GO FOR IT

Om die perfecte match te vinden, helpt Brandstof studenten ontdekken welke bijbaan er bij hen past. De inhousedagen van Brandstof zijn bijvoorbeeld de perfecte manier om kennis te maken met verschillende bedrijven. Erik: “Het is goed om studenten meer bij het bedrijfsleven te trekken. Iedereen kijkt ernaar uit om elkaar weer fysiek op locatie te ontmoeten.” Ook wanneer er een match is tussen een student en opdrachtgever, blijven studenten stappen maken. Erik stimuleert studenten dan ook om mede-eigenaar te worden van hun leerproces.

Erik is regelmatig op de gangen van de hogeschool te vinden, waar studenten hem met alle liefde bijpraten over alle ontwikkelingen. Van felbegeerde stageplekken tot de laatste TikTok-trends. Het docentschap houdt hem jong. Regelmatig komen studenten naar hem toe om hem om advies te vragen. Erik: “Ik wil studenten meegeven om stappen te durven maken. Wil je na het behalen van je diploma verder studeren? Probeer het gewoon en kijk eens of het lukt. Ik ging zelf ook van het vmbo naar twee masters aan de Universiteit van Amsterdam tijdens mijn baan bij de Rabobank. Ik hou niet van ‘kan niet’, ik zeg liever ‘hoe kan het dan wel’.”